BI en Textual ETL, the next ‘big’ thing?

Stel je voor: Je hebt heel veel data en je wilt hier aan betekenis geven, maar er is geen structuur in de gegevens verborgen. Wat doe je dan?

Enige tijd geleden, 21 mei, was ik bij Bill Inmon en hij introduceerde textual ETL. Niet op bezoek. Hij gaf een training. Voor mij een volledig nieuw concept.

Nu denk je misschien, Inmon, die is toch mega oud en achterhaalt op BI gebied. Eerlijk gezegd ging ik ook wat sceptisch, maar ja, de kans om de grondlegger van mijn vak ‘live’ te ontmoeten kon ik toch niet weerstaan. Daarbij opgeteld dat het was georganiseerd door BI-Podium, moest het toch wel leuk worden. Wat schetst mijn verbazing: 6 mensen en Bill dus. 6! Oeff dat had ik niet verwacht. Zat ik gewoon naast Bill Inmon, voor een hele dag.

En wat voor een dag. Hij mag dan wel oud zijn, maar wat een slimme man is dat zeg. Respect. En wat hij met zijn team heeft uitgevonden kan wel eens ‘the next ‘big’ thing zijn. Terwijl iedereen is nog aan het bijkomen van het ‘instant’ succes van big data en hadoop en zo, heeft hij het echt begrepen.

Want, even in een notedop, wat doet bijvoorbeeld hadoop in ‘mensen taal’? Het scant data, veel data, en vindt hierin structuren die niet expliciet zijn. Deze worden op de rest van de data losgelaten en hierdoor kan een enorme dataset toch gelezen worden alsof het een soort database is. Natuurlijk is het technisch allemaal veel ingewikkelder, maar ja, dat legt niet zo snel en makkelijk uit, dus ik laat het hier even bij.

Het nadeel hiervan is dat je vooral kunt kijken naar zogenaamde procesdata. Dus logfiles, errorfiles en zo. Want daarin zijn die ‘verborgen’ structuren te vinden. Mooi kunstje natuurlijk, maar wat is daar de business value (wat verdienen we eraan) als we dat kunnen?

Wat doet Inmon dan met zijn team, waar ik zo blij van werd vraag je je misschien af? Het was maar 1 dag, dus ik ben nog geen expert, maar hij kan zoeken en herkennen in data zonder ‘verborgen structuren’ door gebruik te maken van taxonomieën.

Even opfrissen: Een taxonomie of taxinomie is de wetenschap van het indelen van individuen of objecten in groepen[1].

Wat hij doet is, ook weer in een notendop, het volgende: Hij gebruikt de methode ‘coderen’ , die we nog kennen uit de ouderwetse onderzoeksmethoden. Waarbij een interview verslag werd gecodeerd. Dus worden en zinnen die hetzelfde betekende, maar anders waren geschreven, kregen dezelfde waarde.

Inmon codeert alleen niet met de hand, maar met een bij het bedrijf passende taxonomie. Die koopt hij gewoon bij een bedrijf dat hierin is gespecialiseerd.

Dus van te voren bepaald welke woorden hetzelfde betekenen, passend in het bedrijf of de branche van het bedrijf. Hij heeft ook een tool gemaakt waarmee specifieke zaken herkent kunnen worden.

Voorbeeld: In de tekst staat een aap, hierbij wordt aangetekend dat dit hoort tot de groep dier. En een schaap, ook hierbij komt dier en een paard en ook hierbij komt dier. Verder staat ook nog in de taxonomie dat de aap een wild dier is en een paard en schaap een boerderijdier.

Vervolgens kun je de tool alle voorkomende dieren laten vinden of tellen of laten vinden of dieren in combinatie met een andere term te vinden zijn.

Ziet u de mogelijkheden al? Een verzekeringsmaatschappij heeft in de taxonomie staan dat een reeks van 10 aangesloten cijfers een polisnummer is, en als in een email het wordt claim hierbij voorkomt, dan moet er een signaal komen. Maar ook als er schade, advocaat, rechtszaak etc. staat. Nu kan tijdens de vakantieperiode alle mail gescand worden op de aangegeven combinaties zodat er niet meer te laat op belangrijke mails wordt gereageerd als er veel mensen op vakantie zijn, zodat proceskosten worden voorkomen? Begint het te dagen?

Wat hij doet is, aan grote hoeveelheden ongestructureerde data, met behulp van taxonomieën betekenis geven. Dat heeft volgens mij een enorm business potentieel.

Inmon’s boek hierover komt in mei ongeveer uit. Ik heb het concept van zijn boek alvast gekregen, en ik ben druk aan het lezen, want na deze dag wil ik van de hoed en de rand weten. Als docent zijn vakanties ook voor research natuurlijk. En ik ga hier zeker lessen over maken, want volgens mij wordt dit ‘the next ‘big’ thing’. Wat denk jij?

Dit artikel is eerder verschenen in de online versie van Computable

BI en Agile, Droomhuwelijk?

of toch niet?

De afgelopen tijd heb ik me ernstig verdiept in Agile methoden en technieken. Natuurlijk heb ik wel in wat projecten gewerkt waar scrum werd gebruikt, maar waar ging het nu echt over. Gewapend met de Agile and Iterative Development: A Manager’s Guide van Craig Larman begonnen met het onderzoeken van de basis van Agile. Dan kom je natuurlijk bij de bron: Het Agile Manifesto.

De grote vraag die ik mezelf stelde: BI en Agile, is dit een droomhuwelijk? Agile is voor snelle ontwikkelingen en opleveren wat de klant nodig heeft. BI wil ook snel opleveren en opleveren wat voor de klant nodig is. Maar ja, datakwaliteit, tracebility, past dat allemaal wel?

Dus na het lezen van het boek van Larman meer research op basis van de de tips in het boek. Ook nog het BI Symposium bezocht, waar Agile centraal stond en de Agile en BI Conferentie van BI-Podium. Ik ben dus zeker geen expert op Agile gebied, maar er vallen mij wel een aantal zaken op.

Kijkend naar de principes van Agile uit het manifesto:

1. Personen en interacties boven processen en tools.

2. Werkende software boven uitgebreide documentatie.

3. Samenwerking met de klant boven onderhandeling over het contract.

4. Omgaan met verandering boven het volgen van een plan.

lijkt het een ideale combinatie. Want iedereen die in BI werkt weet dat de vragen van de afnemers van onze producten bijna sneller wijzigen dan wij ze kunnen bedenken.

Kijkend naar de principes van Agile is daar al de eerste valkuil. Dat ,wij van BI’ bedenken wat onze afnemers willen, is eigenlijk tegen de Agile principes. We moeten het samen bedenken, niet vooraf door de technici en dan hopen dat het klopt.

Een andere valkuil is de fabel dat het ineens allemaal sneller en beter gaat. Waar elke Agile deskundige het over eens is, is dat de organisatie en de klant er klaar voor moet zijn. Wat is dat dan, dat klaar zijn?
Een aantal zaken voeren de boventoon, hier een kleine greep: De klant moet beslissen wat de prioriteit is voor de business, in samenwerking met het team (vaak scrum team). Dit impliceert veel meer dan er staat. Dit betekent dat de klant geïnteresseerd moet zijn in de uitkomst van het traject. Tijdens het hele project. Dat hij of zij hier tijd, mensen en middelen voor wil vrij maken, een visie heeft waar hij of zij heen wil. Vanuit de deskundigen moet er een multidisciplinair team klaar zijn om met een klant samen te werken (echt te luisteren, genoeg kennis van de business om alles te begrijpen) met een werkomgeving die snelle ontwikkeling, verandering en deployment toestaat en faciliteert. Dus geen lange procedures naar productie, voldoende ruimte op de servers etc.

Agile methodes werken alleen als feed back tijdens de ontwikkeling verkregen wordt en meteen evaluatie en vasthouden leermomenten na de ontwikkelingsperiode (sprint) plaats vindt.

Andere uitdagingen die zo even in mij opkomen: Werkende software boven uitgebreide documentatie werkt misschien in een project, maar veel diensten in bedrijven vragen voor het onderhoud toch weer uitgebreide documentatie. Hoe borg je de kwaliteit van deze documentatie? Zijn er andere manieren? Misschien eerst maar eens met elkaar bepalen wat nu ‚genoeg documentatie’ is?

Ook de samenwerking met de klant boven onderhandeling over het contract … wow, best wel een statement. Jarenlang heb ik als consultant geleerd om pas te beginnen met een klus als het contract rond was, omdat het risico dat de klant niet betaald te groot is …

En dan het project voor de financiële afdeling, waar je gewoon van het plan afwijkt om om te gaan met de verandering. Dan kloppen de begrotingen dus ook niet meer, hoeveel tijd ga je besteden aan het aanpassen hiervan? En moet je dan weer door de beslissingsmolen van een bedrijf voordat je verder mag? Of is het project daarom achteraf niet volgens begroting en dus mislukt? (Hoewel er nu wel software staat die doet wat de bedoeling is?).

En dan natuurlijk de IT deskundige. Samenwerken met de klant, dus als de klant zegt dat het zo goed genoeg is, dan het ook zo doen. Ik kan me zo voorstellen, dat je als IT deskundige die al jaren verteld aan de klant wat goed voor hem of haar is, dat dit nogal een aardverschuiving is. Natuurlijk ga je nu niet stoppen met nadenken, maar je moet je klant echt goed vertellen waarom dingen nodig zijn, zodat hij of zij de beslissing kan nemen. Dus BI-er, leg maar even uit wat datakwaliteit is en waarom het echt moet … in ‚mensentaal’, niet in vaktermen.

Kortom: BI en Agile ik denk dat we nog veel moeten ontdekken, maar dat het in de basis prima bij elkaar past. Daarom hoop ik dat bedrijven het Agile gedachtengoed niet alleen voor IT projecten gaat adopteren, maar dat het hele bedrijf mee gaat in deze stroming zodat er een echte fijne samenwerking komt van de business kant en de IT deskundigen. Samen voor een eindresultaat in plaats van ieder zijn of haar deelverantwoordelijkheid. Ik kijk er naar uit.

Dit artikel is eerder verschenen in de online versie van Computable

BI voor de Econoom

De ontwikkelingen in Business Intelligence (BI) gaan nog steeds razendsnel, big data, mobile BI, etc. IT rent vooruit, maar hoe zit het eigenlijk met onze grootste doelgroep? De financiële experts?

Sinds vorig jaar geef ik les aan Bedrijfseconomiestudenten. Ik begon met de wat gevorderde Excel vaardigheden en storm nu met de vierdejaars de wereld van business intelligence (bi) binnen. Ik noem het stormen, want er moet nogal wat bijgespijkerd worden. Ondanks het feit dat deze dames en heren al een half jaar stage hebben gelopen is bi voor hen een nieuw fenomeen. En nog zorgelijker: ook de deeltijd kijkt naar de lessen alsof het een pretparkattractie is. Vol verbazing kijken ze naar de getoonde mogelijkheden. En deze mensen werken al in het vakgebied.

De term bi hanteer ik losjes, de basis ontbreekt nog, ik zet baby stapjes in de wereld van dashboards en risicorapportages. De dames en heren hebben van alles geleerd over kpi’s, sturen, risico’s en risicomodellen, (organisatie)modellen maar hebben pas wat weifelende stapjes in de geautomatiseerde wereld gezet. En dan vooral met Excel.

Eerst dacht ik nog dat dit kwam omdat studenten, naast hun opleiding nog vele andere interesses hebben, maar na een paar maanden rondwandelen op een forum voor financiële experts kwam ik tot de ontdekking dat dit het gemiddelde niveau van de Nederlandse financials is…

Er is voor ons als bi-bedrijvers dus nog wel wat werk aan de winkel. Wij kunnen wel heel blij zijn met big data, maar voor de gemiddelde financieel medewerker bij een klein of middenbedrijf is dat ver van zijn/ haar bed. Voor de meeste rapporten wordt ‘good old’ excel van stal gehaald en handmatig het zaakje bij elkaar gesprokkeld.

Met verbazing bezocht ik een druk bezochte ‘Excel experience day’ waar serieuze dashboard-tips en -trucs voor Excel werden uitgewisseld, soms in combinatie met Powerpivot, wat toch wat hoop geeft. Maar ook heel veel gewoon niet. De data kwaliteitsissues werden maar door én spreker aangestipt, met de nadruk op aangestipt.

We hebben dus nog wat te doen en om een eerste stap in de goede richting te zetten heeft het NGI een afdeling Business Intelligence opgericht. En als docent, vond ik dat ik dan maar mijn steentje moet bijdragen in het bestuur hiervan.

Het is onze missie om een community te bouwen waarin leden actief meedenken over de ontwikkelingen van het vakgebied bi en de toepassing in de praktijk. We gaan actuele onderwerpen  rondom bi behandelen, mensen bijeenbrengen, kennis delen en structureren, uitdagen tot discussie en inspireren. We willen een brug bouwen tussen de gebruikers en de makers van bi, waarbij de nadruk ligt op de doelen die met bi bereikt kunnen worden.

Ik ben blij en trots om te kunnen melden dat het eerste speerpunt dat we gaan oppakken het bouwen van die brug is. We gaan ontmoetingen organiseren tussen de gebruikers en makers van bi zodat het ‘kennisgat’ zo snel mogelijk gedicht wordt. Zodra we de data en onderwerpen van onze eerste bijeenkomst weten, zal die via de website van het NGI  bekend gemaakt worden. Ik kijk er naar uit.

Dit artikel is ook gepubliceerd in Computable.

Summer is over

Summer is over. It wasn’t much of a summer, weather wise, but still. It is time to start a new academic year. I really look forward to it, because I am starting a new challenge at The Hague University. In stead of safely teaching at the Informatics department I am starting at the Accounting and Financial Management department at a much bigger University of applied sciences. I will be responsible to learn a new generation of soon to be economical employees to be IT-aware.

Off course it starts with basics like spreadsheets and databases, but the real goal is to achieve a group of professionals that will use IT to the maximum of it’s abilities. To be intelligent accountants and business economists empowered by the tools available by them, but not blinded by the use of figures instead of their complete skill set.

I can hardly wait, tuesday I will meet the new group of students and my new colleagues. My mind is spinning with new ideas on this challenge, as a consultant I have encountered many economical IT issues and want to implant this knowledge into my student to make them better professionals. I really have to rein in this feeling, because I have to give them the opportunity to grow and learn on their own terms with the knowledge I have to offer. Making mistakes is one of the ways.

Well, I still have sunday and monday to boil down my need to prevent my students to fall and to let them have their own experience, and I know that by tuesday I will be able to do just so, but for know I am enjoying the boiling soup of ideas in my brain. And try to write down as much of them as possible, to use them when needed in my classroom.

Digitale etiquette deel 5: agenda

De agenda en dan met name: de elektronische agenda. Toen iedereen nog een papieren agenda had, haalde niemand het in zijn hoofd om hier zomaar iets in te schrijven. Dat was onbeleefd, maar met de introductie van de elektronische agenda zijn we dit allemaal vergeten. Het is natuurlijk handig als uw collega of manager u toestaat om zijn/ haar agenda te kijken. Maar dit blijft een gunst. Verder geven de meeste agenda programma’s u de mogelijkheid om anderen uit te nodigen voor een afspraak. Het kernwoord hier is ‘uitnodigen’. Een uitnodiging kan (zoals dat gebruikelijk is) worden geaccepteerd, of afgewezen. In de meeste programma’s mag u zelfs ‘onder voorbehoud’ (tentative) accepteren. De ontvanger mag dus ‘nee’ zeggen, echt waar. U kunt bij het versturen van de uitnodiging er niet van uit gaan dat de ontvanger uw uitnodiging accepteert. Van u als organisator wordt verwacht dat u onderzoekt of de genodigden wel kunnen komen. Het is niet de plicht van de genodigde om u actief te laten weten dat hij of zij niet kan. Dat kan immers met de knoppen op de uitnodiging. De actie ligt dus echt bij de organisator.

Als u voor een grote groep mensen een bijeenkomst moet organiseren, met moeilijke agenda’s en u wilt niet te veel tijd besteden aan het afstemmen van alle belangen dan is een afspraakwebsite vaak een leuke oplossing (bijvoorbeeld www.datumprikker.nl). Deze website laat zien wie er al geaccepteerd hebben en wie niet, en dit kan net het setje in de goede richting geven om een aantal mensen tijd te laten maken voor de bijeenkomst. De groepsdruk (als Piet komt, ga ik ook maar, dan verzet ik een andere afspraak wel) zal daar voor zorgen.

Voor de houder van de elektronische agenda: als u mensen in uw agenda laat kijken, dan is het handig om tijd die u wilt reserveren om alleen te werken, ook te blokkeren in uw agenda. Zo gaat uw leestijd niet op aan ongeplande andere activiteiten.

Conclusie

Veel van de bovenstaande situaties  (en die uit de vorige blogs) zult u vast herkennen. En, net als bij de Dilbert strips, herkent u natuurlijk niet uzelf, maar uw collega of manager. Maar toch, de belangrijkste les die we uit het voorgaande kunnen leren is ook de basis van de meeste etiquette regels. Het is zelfs een een spreekwoord ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Wijze woorden.

U even verplaatsen in de ontvanger, dan weet u precies welk middel u moet gebruiken voor het bericht dat u heeft, … toch?

Digitale etiquette deel 4: chat

Neem dan de chat, het ‘klets’ programma, tegenwoordig bekend als Instant messaging tools. Een chatbericht (kletspraatje) heeft als kostprijs zo’n € 0,10 per bericht. Dit komt omdat dit bericht meestal niet wordt meegenomen in de backup, geen archief, soms een beperkte virusscan maar dat is het dan ook. Het zijn dan ook berichten zonder zakelijke waarde. Heel geschikt dus om te vragen of de collega van 3 etages naar beneden zin heeft om te lunchen.

Best de moeite waard om hier dus afspraken over te maken in een zakelijke omgeving. Alleen al door de kosten besparing. Er zijn er verschillende programma’s voor in omloop waarvan MSN op dit moment de bekendste is, de wat oudere mensen herinneren zich vast nog ICQ, maar inmiddels zijn er veel meer mogelijkheden zoals GoogleTalk. Omdat er verschillende programma’s zijn, zijn er ook weer handige programma’s om al die verschillende kletsers met elkaar de te verbinden, de postduiven (Pigeons), ook wel bekend als multiprotocol instant messaging tool.

Belangrijk voordeel van een chatprogramma is dat je meestal kunt zien of iemand ‘online’ is. Vaak kunnen mensen ook nog aangeven of ze wel of niet berichten willen ontvangen (away, do not disturb en andere statussen zijn makkelijk aan te geven). Belangrijk blijft te beseffen dat ook een chat asynchroon is, de ander kan wel ‘online’ zijn, maar hoeft natuurlijk niet aan zijn/haar scherm vastgeplakt te zitten.

Praat hier wel even over met collega’s en ook hier: maak afspraken met elkaar, waarvoor wel, waarvoor niet.

Bring your own technology to school

Bring your own

Beautiful colors outside. Mornings and evenings are getting chilly. Inside we are working hard. Different experts and bloggers are telling us to be online anywhere and always. Preferably with your own gear  (Bring Your Own Technology). This is no different at the university. Naturally it is great when lecturers and students can use the university network with their own gear (e.g. mobile phones, laptops, tablets) anywhere in and near the campus. Better from anywhere (e.g. dorms, home). I believe in this statement, but now I want to make good use of it for education.

Beter classes

What I am wondering: how is this going to aid to beter courses?  There has been a lot of research, so first I bring my reading up to speed with the latest publicaties on ‘rich media’ in the classroom.  Furthermore: classes at my university classes consist of students where Dutch is not there first language. In our English streams, for a lot of students English is not even their second language. Still, we must make due with the same amount of time and realize the same progress during the course. Understanding the subject is instrumental for success. Studies show that aiding the student with visual materials helps. So I want to use whatever media available to accomplish that.

Higher education

Their is not a lot of material available for higher education. Most samples are for K12 classes. So I will have to improvise a lot. I am starting with using a wiki to communicate with my students at internship assignments, encouraging them to use more then texts to report their progress.

I am also looking at Facebook pages, but I am not sure yet. I will try to lauch my first Facebook page for my classes next week or so.

I also want to apply using interactivity in my classroom using the mobile devices every student has with him or her. I believe that when they use it in class, they will not use it to play with it because they are busy using it to learn the subject. Just haven’t found the right aid to do this yet, but I am searching.

I will blog more on this subject when I have tested some. To be continued …

Digitale etiquette deel 3: Email

Ook e-mail is een asynchroon communicatiemiddel, waarvoor eigenlijk dezelfde regels gelden die ook voor berichten gelden. Dus houdt het kort en zakelijk, vermeld uw naam en contactgegevens en vermeld wat u van de geadresseerde verwacht.

Maar e-mail heeft ook zo zijn eigen regels.

Een belangrijk onderdeel in e-mail etiquette is de cc. De geschiedenis: de afkorting betekent van oorsprong ‘Carbon Copy’, in het Nederlands: doorslag. De cc werd gemaakt met een vel carbon papier. Voor het ontstaan van de kopieermachine en de computer werden er al zaken uitgetikt met een schrijfmachine. Als men dan twee (of meer) exemplaren van dezelfde tekst nodig had, werd er een vel carbon en een tweede vel papier in de machine gedraaid, waardoor de tekst ook op het tweede vel zichtbaar werd. In die tijd was foutloos tikken niet alleen beleefd, maar scheelde het ook heel veel werk. U begrijpt dat zo’n kopie alleen als het heel belangrijk was, werd gemaakt en verspreid.

Met de komst van de kopieermachine ging het al een beetje mis, maar met de komst van e-mail was het hek van de dam. Het begon met ‘voor de zekerheid’ maar even in kopiëren van de baas en zijn secretaresse. Dan wist ie ervan. Nu worden hele volksstammen ge-cc’t (ja, het is een werkwoord geworden, ik weet niet of het al in Van Dale staat, maar iedereen kent het) en ge-bcc’t (blind carbon copy, de andere geadresseerden zien niet dat nog iemand een kopie krijgt).

Bij ‘dan wist ie ervan’ ging het al mis. Een cc is een kopie ter informatie, waar de ontvanger zelf van mag beslissen of en wanneer hij of zij dit leest, tenzij hierover vooraf afspraken zijn gemaakt met de ontvanger. Er wordt van de ontvanger in ieder geval geen beslissing of actie verwacht. Een gemiddelde manager krijgt tegenwoordig van bijna alle zakelijke mail van zijn/ haar mensen een cc, natuurlijk leest hij/zij dat niet. Dan kan hij niet meer werken. Het is dus niet zo dat u ‘gedekt’ bent als u uw chef een cc hebt gestuurd. Het ontslaat u niet van uw verantwoordelijkheid om uw manager adequaat te informeren.

Als u er toch voor kiest om een cc te sturen, bent u er dan van bewust dat u niet de enige bent die dit doet en dat de kans dat het gelezen wordt niet zo groot is.

Een goede tip om de cc’s van de echt aan u gerichte e-mail te scheiden is het maken van een regel in uw e-mailprogramma dat automatisch de cc’s in een aparte map plaatst. Een andere tip is om automatisch een bericht te sturen waarin u uitlegt dat u de cc waarschijnlijk niet gaat lezen en dat u verwacht dat u geen actie hoeft te nemen. Gewoon voor de duidelijkheid en om de onnodige cc-cultuur te laten verdwijnen.

Als u wel wilt dat de ontvanger uw bericht leest en actie onderneemt, dan is de cc dus niet zo’n goed middel. Beter is dan de direct adressering, met daarbij wat u van de geadresseerde verwacht en wanneer en welk deel van de (door)gestuurde mail echt relevant is voor de lezer met een kort introductie van de context van het bericht. Zet de kern van uw bericht in de eerste 3 regels.

Voorbeeld:

Beste Jaap,

Hierbij stuur ik je het bericht dat ik aan Karin heb gestuurd door. Het bijgevoegde stuk gaat over de beslissing van ons management om productielijn x niet meer te handhaven. Dit heeft ook voor ons consequenties. De details vind je op bladzijde 23 van de bijlage.

Wil je die details lezen en zullen we dan nog deze week afspreken om te bespreken hoe we dit aan onze teams gaan vertellen en welke acties we moeten nemen.

Gewenste acties:

▪ Lezen bladzijde 23 bijlage

Afspraak: voorstel woensdag om 10:00 uur? Dit komt Karin ook goed uit. Bericht of bovenstaande acties lukken, of een tegenvoorstel. Met vriendelijke groet,

Anton

Anton@mail.com

Mobiel: 06543210921

Bijvoegsels, bijlagen (attachments) zijn een ander belangrijk onderdeel van het e-mailverkeer geworden. We voegen wat bij. Hele werkstukken, pagina’s lang proza. Soms wel meer dan 10 pagina’s lang, wat zeg ik, 60 pagina’s is geen uitzondering meer. En die gaan natuurlijk ook gewoon naar de cc’s toe. Met de illusie dat de geadresseerde dit allemaal leest.

Ga er van uit dat aan het uiteinde van het elektronisch contact ook een mens zit. Een mens dat net als u gerespecteerd wil worden. Denk dus even na voordat u de bijlage van 80 pagina’s verstuurd. Zet er in ieder geval bij wat er voor de ontvanger interessant is en een korte context.

Even wat feiten, de kostprijs van een e-mail ligt ongeveer op € 1,25, tenminste als u het bericht snel leest en meteen afhandelt. Dat zijn de kosten van uw tijd, maar ook van het beheren en werkend houden van de computers die de e-mails ontvangen, de firewall, de virusscanner . En niet te vergeten het archiveren en de back-up faciliteiten. Dit gebeurd door allerlei gespecialiseerde werknemers in uw bedrijf.

Gaat u de e-mail helemaal lezen en heeft u er ook nog attachments bij, dan lopen de kosten snel op. Ook als u de attachments nooit leest.

Deze kosten gelden ook voor de mailtjes: Ben je er? Zullen we lunchen? Heb je even tijd? Nog buiten beschouwing gelaten dat het veel aardiger en beter voor uw conditie is om even langs te lopen, wat denkt u dat dit allemaal kost?

Een laatste tip: een ongevraagd een e-mail sturen naar een collega die naast of achter u zit, of in de kamer ernaast is altijd onbeleefd. Loop even langs en stuur alleen mail als u het van tevoren heeft afgesproken.

From Business Intelligence to Social Media

Ubertconcepts is taking baby steps into the realm of social media. Being an expert in Business Intelligence design is no guarantee that it will work. Today I attended the really exiting course Social Media for Business by Christan Gijsels @gijselsdotcom. Naturally I tried out twitter, linked-in, Facebook and Hyves, and so on, privately, but starting to use these sites for my business adds a whole other level of concerns. This time it is not just my private reputation at stake, but also my business reputation. And being a sole proprietor is all about reputation. A reputation which toke me about 25 years to build…

So, here it is, my first effort in to the realm of social media for business. I hope it is appreciated.

Regards,

Tanja Ubert
Ubertconcepts